Dag cees

Geplaatst op 18 april 2009

Cees Blankesteijn is niet meer. In twee maanden tijd geveld door de meest aggressieve kanker waar ik ooit van gehoord heb, Gisteren hebben we hem begraven. Met zijn moedige vriendin Mel met dochtertje van drie en baby van zes weken om hem heen. En heel veel tv-collega's die afscheid kwamen nemen. Omdat Cees een bijzondere collega was. Een goeie vent, een top-vakman, maar vooral een bijzondere, lieve, rare, heerlijk eigenheimerige, eigenwijze gozer die fantastisch in ons team paste. Het was goed om met oude bekenden en tv-vrienden herinneringen op te halen aan Cees. De meeste zijn niet voor publicatie geschikt. Cees was vaste geluidsman bij Kamphues maakt Vrienden en Kamphues zoekt de Grens. Dat waren programma's waar het op de set flink tekeer ging. Omdat ofwel de deadline ons op de hielen zat of het gevaar. En meestal allebei. Met Ap van der Meulen, Geraldine Smink, Jan-Rein Hettinga, Mathijs Notten en Alex van Delft keken we bij de koffie met cake terug op die tijd. 'Weet je nog dat we op de Amazone in die aluminium kano zaten en de bliksem naast ons insloeg? Daar was Cees ook bij.' 'Weet je nog dat we een shot wilden van vliegende gieren en dat Cees met de hengel van de microfoon op ze afrende zodat ze opvlogen? dat was typisch Cees.' 'Weet je nog dat we op Hawai met die bountyhunter op stap waren? En die bountyhunter scheeuwde 'we vallen je huis binnen' En Cees zei: he man, doe eens rustig!' Cees was een bont karakter zoals er bij de televisie veel zijn. In mijn boek 'Naar de haaien' komt hij onder een andere naam ook veel voor. Cees was tof en goed. Maar wat je van iemand herinnert zijn vaak de meest triviale details. Cees droeg altijd versgestreken polo-shirtjes, zelfs als we midden in het oerwoud waren. Veel ervan waren roze. 'Cees, je lijkt wel een homo!' zeiden we dan. Want dan werd-ie pissig. 'Zal ik die microfoon even bij je naar binnenschuien!' In Brazilie presteerde hij het om witte Puma-gymschoenen met gouden veters aan te trekken. Die moesten vies worden, vonden we. Maar Cees beschermde ze met zijn leven. Tot het moment dat hij de microfoon opspelde. Dat was de enige kans om even plagerig met een vuile schoen over de punten van zijn witte puma's te gaan. De hele reis werd het opspelden een rituele dans om elkaar heen. In zijn geluidstas- in de regel volgepropt met apparatuur - was ook altijd plek voor een pakje Marlboro en een foto-cameraatje.. Veel van de foto's door de jaren heen op deze site zijn van Cees' hand. Daarom is het ook moeilijk om plaatjes te vinden waar hij zelf opstaat. Cees stond ook altijd als eerste klaar met zijn spullen. Hij rook het als er gedraaid moest worden. Nooit eerst nog een sigaretje. 'Cees, kunnen we?' 'Oi, doe eens rusitig.Ik sta al klaar hoor.' Ontelbaar zijn de keren dat ik zo druk met een regisseur in overleg was dat ik niet eens merkte dat hij de microfoon opspelde. 'Kunnen we Cees?' 'Ik sta klaar hoor.' 'Maar mijn microfoon dan Cees?' 'Sukkel, die heb je al op!' En dan een beetje chagrijnig schudden met het hoofd en daarna een grote grijns. 'Oi, doe eens rustig man' zei hij altijd als we ons weer eens druk maakten om niks. Maar Cees maakte zich zelf natuurlijk altijd het drukst om allerlei dingen waar wij het nut niet van inzagen. Behalve zijn scherpe oog voor vrouwen. 'Nou jij mag wel een keertje boven op me gaan zitten hoor' was zijn vaste uitspraak, recht in het gezicht van de buitenlandse stewardessen die zijn boardingkaart aanpakten. Tot we in Zuid-Afrika gingen filmen en hij in het Afrikaans van repliek werd gediend. Een kop als een boei kreeg hij dan. Cees kon verschrikkelijk goed blozen af en toe. Maar meestal bloosden wij om zijn brutaliteit. Cees kon veel meer dingen heel goed. Hij was een fantastische geluidsman en een oerdegelijke betrouwbare technicus. Waar we ook waren, zijn spullen deden het. 'Staat het er goed op, Cees?' 'Maak je daarover nou maar geen zorgen, stel jij nou eerst maar eens een paar goeie vragen Kamphues.' De laatste jaren bij de Reunie draaien we met een ander videobedrijf. Daardoor heb ik afscheid moeten nemen van veel goeie collega's en vrienden. En nooit meer de kans gehad om nog eens met Cees een dagje herinneringen op te halen. Behalve op die spaarzame reunies die we zelf houden. 'Die reis door de Amazone op zoek naar een zeekoe zullen we nooit vergeten', zeiden we dan. 'Die nacht in dat onweer op die rivier in die aluminium kano terwijl de krokodillen aan de kant wachten tot we om zouden slaan. Al worden we honderd, dan nog zullen we weten wat we toen samen doorstaan hebben.' Maar jij word geen honderd, Cees. Jij mocht nog geen veertig worden. 34 , meer niet. En je kreeg twee maanden om aan dat idee te wennen. En al krijgen wij nog honderd jaar, helemaal wennen dat jij er niet meer bent zal het nooit. We zullen de volgende reunie een tequila op je drinken. En je heel erg missen als we weer eens met de hele ploeg op reis gaan.