De knikkerkoning van amsterdam

Geplaatst op 5 december 2009

Het leek zo'n onschudlig verhaal. Andre was de knikkerkoning van de 6e Montessorischool waar ook Anne Frank op zat. Voor die heel speciale uitzending van de Reunie, die op zondagavond 27 december wordt uitgezonden, bezocht ik met hem de lagere school waar het allemaal begon. Andre is een ontzettend vrolijke man. 'Is dat hem?' fluister ik regisseur Kitty Kooring in het oor als hij met vriendin aan komt lopen. 'Maar die ziet er toch helemaal niet uit als tachtig.' Maar het is Andre wel. En Andre heeft er enorm veel zin in. Ik ook. Het is een eer om dit programma te maken. De enige keer in mijn leven dat ik de kans krijg om alle vragen die ik over de Tweede Wereldoorlog, over Anne Frank, over de Holocaust en over hoe het gewone leven in de oorlog was te stellen. Een eer ook om al die mensen bij elkaar te zien in de studio. Een voorrecht om uit de eerste hand te mogen horen wat voor een meisje Anne Frank was. Andre kende haar nauwelijks. Woonde een straat verderop, speelde weleens met haar, maar niets wees erop dat Anne later geschiedenis zou schrijven. Letterlijk. 'Misschien heb je nog wel knikkers van haar afgepakt door vals te spelen', plaag ik hem. Andre kan er smakelijk om lachen. Niets is te heilig om over te praten. Met plezier deelt hij op het schoolplein handtekeningen uit aan kinderen die hem als een ster behandelen omdat hij bij Anne in de klas heeft gezeten. De school doet er ook van alles aan om de herinnering levend te houden. Het lokaal waar Anne en haar klasgenootjes les hadden is nog onveranderd. Andre grijpt direct naar de leesplankjes en vertelt over hoe ze daarmee leerden lezen en schrijven. Herinneringen, vooral leuke,wellen als vanzelf in hem op. Het is fascinerend om door Andre's ogen naar de oorlog te kijken. 'Bizar, maar toen de eerste kinderen werden weggevoerd was ik zelfs een beetje jaloers. Zij gingen een groot avontuur tegemoet. Maar toen wisten we natuurlijk nog niet dat ze nooit meer terug zouden komen.' Bij een gedenksteen valt de vrolijke man stil. Helemaal stil. Ik ook. Aan de muur van de school hangen de namen van - ik geloof - 180 kinderen die de oorlog niet hebben overleefd. Ik realiseer me eigenlijk pas voor het eerst dat we het over kinderen hebben. 'De Duitsers hebben niet zes miljoen Joden vermoord, maar zes miljoen keer 1 Jood', stelt Andre. Dan vertel hij zijn knikkerverhaal. Hij doet uitgebreid voor hoe het spel gespeeld werd en wint me een handvol knikkers af. Hij kan het nog steeds. 'Wat later in de oorlog gingen kinderen strooien' vertelt hij uit het niets. 'Als ze op transport gingen, dan zeiden ze de avond van tevoren, ik ga strooien. Dat betekende dat ze hun knikkers it het raam gooiden en dat de kinderen in de buurt ze op mochten rapen. Ze wisten dat ze zelf niet meer nodig hadden.' Ik ben volledig uit het veld geslagen. Ineens is de oorlog heel dichtbij, heel gewoon en heel echt. Andre kan een paar tellen later alweer om het leven lachen. 'Ik ben verder een heel gelukkig mens hoor.' En dat is een prestatie van formaat.