Een wrang toetje

Geplaatst op 18 mei 2006

Het is een mooie dag in Kaapstad geweest. Alex Cornelissen, kapitein van de Farley Mowat heeft ons het hele schip laten zien, ons voorgesteld aan de bemanning en met humor en openheid gereageerd op al onze vragen over zijn campagnes ter bescherming van walvissen en zeehonden. "Jij bent helemaal niet het type aktievoerder met een vlassig sikje dat nodig eens tegen een scheerapparaat aan moet lopen" zeg ik tegen hem als we op het dek een biertje achterover slaan. Alex kan erom grinniken en bekent dat hij weliswaar veganist is, maar voor de Schotse machinist aan boord desnoods een gebakken ei met spek bakt als hij daarom vraagt. "Het gaat er niet om mensen te veroordelen om wat ze niet doen, maar om ze aan te moedigen om wel wat te doen" legt hij uit. Alex is ontzettend stoer, zonder dat hij daar zelf 1 seconde bij nadenkt. De Farly Mowat is ook een heel stoer schip. Gitzwart ligt het te bakken in de Zuidafrikaanse zon als we de kade in Kaapstad oplopen. Speciaal voor De Reunie hijst Alex de vlag van Seasheperd: een doodskop met twee beenderen tegen een zwarte achtergrond. "Walvisvaarders zijn wat ons betreft piraten" legt Alex uit. "En piraten kun je het beste vangen door er andere piraten op af te sturen. dat zijn wij." Hij laat ons beelden zien van de laatste Antartica-expeditie waarbij een walvisvaarder wordt geramd. Drie schepen heeft Sea Sheperd in de loop der jaren al tot zinken gebracht. "Wij doen eigenlijk alles dat Greenpeace beweert dat ze doen" stelt de kapitein trots. Graag zou ik met eigen ogen aanschouwen hoe hij zeehondenknuppelaars met zijn Chinese vechtstokjes van zich afhoudt of hoe hij vanuit een boom Japanse politieagenten laat schrikken die dolfijnenjagers proberen te beschermen. Al zijn verhalen zijn doorspekt van net zoveel engagement als avontuurzin. Ik wil het liefst direct mee op expeditie. Maar een reis duurt al gauw een maand en zolang mag ik van de Reunie niet weg. Dus nemen we vrolijk afscheid en spreken we af contact te houden voor wie weet ooit. dan komt Alex met een wrang toetje. Hij wil dat we nog even kijken naar wat beelden uit Japan. Hij zet een videoband op en direct vallen we stil. Voor het oog van de camera worden hele families dolfijnen afgeslacht. Eenvoudig door een machete door de keel te trekken alsof het haringen zijn. Schoolkinderen lopen nonchalant voorbij terwijl het bloed over de grond stroomt. Een dolfijn maakt stuiptrekkingen zonder dat er iemand acht op slaat. Bij Meike , mijn regisseur en maatje onderweg, stromen de tranen over de wangen. Ik moet mijn schrik en ontzetting verbijten maar het is overduidelijk op de camera te zien. Het kan me geen moer schelen. "Daarom doe ik dit werk" zegt Alex. "Omdat er jaarlijks 30.000 van deze prachtige dieren beestachtig worden afgemaakt." "Ik wist het niet" stamel ik en denk direct: vanaf nu wel, dus wat ga je er aan doen? Thuis discussieren we heftig of we de beelden moeten laten zien. We twijfelen of we ons doel niet voorbij schieten. We kijken het filmpje terug in de montageruimte en schieten weer vol. Hugo, collega-regisseur komt binnen en loopt aangeslagen weer naar buiten. De een vindt dat het shot van de langslopende kinderen eruit moet, want te heftig. De ander krijgt het te kwaad bij de stuiptrekkende dolfijn. Uiteindelijk is iedereen het erover eens: dit hebben wij gezien, dit wil Alex ons en de klas laten zien, stop het er maar in. En hopen dat iedereen, net als wij lid wordt van Seasheperd, maar dat mag ik er op tv natuurlijk niet bijzetten.