Eens een held, altijd een held

Geplaatst op 18 mei 2008

Het stond er echt op de bordjes die in de klas aan de tafeltjes hangen: Wim Suurbier, Wim Rijsbergen, Arie Haan, Rob Rensenbrink, Johnny Rep, Jan Jongbloed. Ik moest er een foto van maken. Zoals je soms in je arm knijpt om te kijken of je droomt. De voetballers van het Nederlands elftal die in 1978 de wk-finale van Argentinie verloren waren mijn jeugdhelden. Voetballers, schaatser en autocoureurs: ik adoreerde ze. En verachtte ze als ze me telerustelden. Als ze overleden bijvoorbeeld, zoals in die tijd met al mijn heldencoureurs gebeurde: Mike Hailwood, Peter Revson, Tony Brise. Zo erg vond ik dat, dat ik besloot nooit meer iemand te adoreren. Maar in 1978 kon er niet onderuit. De mannen van oranje waren weer helden. Ik gaf aanvankelijk net als de rest van Nederland aanvankelijk geen cent voor hun kansen. Maar na de monsterzege op Oostenrijk (5-1 toch Jaap?) en vooral het gelijke spel tegen Duitsland na dat magistrale afstandsschot van Arie Haan waarin alle frustratie van 1974 leek samengebald, was ik Cruijff en Van Hanegem vergeten. Dit waren de nieuwe jongens, de toekomst, de nieuwe wereldkampioenen. Het pakte anders uit. Door de Italiaanse thuisfluiter, door die gemene Argentijnen en doordat de Hollandse jongens ons toch weer in de steek lieten: Rep kopte naast, Rep schoot naast en Rensenbrink, afijn, de paal , er is genoeg over gezegd. Heb ik gehuild? Op mijn slaapkamertje, waarschijnlijk wel. Maar ik was ook boos. Heel boos. Zo boos dat ik niet naar de inhuldiging ben gegaan. In 74 had ik ze nog toegwuifd bij Huis ten Bosch. Het scheelde dat ze nu naar Paleis Soestdijk gingen, dat was op de fiets vanaf Wassenaar ook veel te ver. Maar ik bracht het niet op. Dertig jaar later zijn de mannen natuurlijk met terugwerkende kracht mijn jeugdhelden. Maar in de Reunie special die we erover hebben gemaakt wordt heel duidelijk dat de mannen net zo teleurgesteld waren als ik. Suurbier: Rob, we waren tweede. Dat telt niet. En Wildschut proeft nog vier, vijf keer per jaar de kater als ze er in zijn nieuwe leven in Amerika achterkomen dat hij gevoetbald heeft Dan moet ik weer uitleggen dat ik een wk-finale heb meegemaakt. En dat ik die verloren heb. Maar t ergste nog is dat ik niet eens op de reservebank zat, maar op de tribune. Dat doet nog steeds pijn. Zoals de mannen in ons programma praten over toen, maar misschien nog wel meer over de tijd erna en over t nu: daaruit spreekt zoveel karakter , zoveel onverwoestbare persoonlijkheid, Amsterdamse bluf en Brabantse humor dat ik ze bij deze weer promoveer tot mijn favoriete jeugdhelden!