EINDELIJK EERSTE ONDER DE OUWE LULLEN!!!

Geplaatst op 28 augustus 2011

Ik heb gewonnen! Voor de ongelovige Thomassen; ik heb een race gewonnen, in de eredivisie van de Vaderlandse autosport, de GT4. En nog wel bij de Masters, het grootste evenement van het jaar. Met tegenstanders als Jeroen Bleekemolen en Ricardo van der Ende!

Zo genoeg, gepocht en gesnoefd.  Want helemaal waar is het verhaal natuurlijk niet. Om niet te zeggen; helemaal niet waar. Ja, ik heb een race gewonnen, en ja het was in het Dutch GT4, maar niet het hoofdklassement natuurlijk, maar in de Legend Cup voor rijders van 45 jaar en ouder. En ik ben nog nooit 1 seconde sneller geweest dan Ricardo van der Ende of Jeroen Bleekemolen. Dan bedoel ik niet 1 seconde per ronde, maar; ik ben nog nooit 1 seconde van mijn hele autosportleven ook maar een fractie van een seconde sneller geweest dan zij. Ik ben meestal vet langzamer. Soms een halve seconde, meestal een seconde en ook weleens twee seconden. Of meer.  Dat is nog steeds best eervol, maar als je dat bij elkaar optelt heel veel: Ik race nu zeven jaar, ik heb naar schatting duizend rondes bij elkaar gereden, dan lig ik over die zeven jaar honderd ronden achter. Dat is niet een hele race, maar een heel raceseizoen. Ik ben feitelijk dus nog bezig aan het seizoen van 2010.

Maar goed dat de wedstrijdleiding elke race opnieuw begint met tellen.

En toch won ik bij de Masters de race in de Legend Cup. Rara, hoe kan dat?  Werd het halve veld gediskwalificeerd, regende het en stond ik als enige niet op slicks of had het hele veld de datum verkeerd in de agenda staan?

Een beetje van alles. 

Maar, mag ik  -om mezelf in dit verhaal nog een beetje een goed figuur te laten slaan – eerst even terug gaan naar de vorige race, op het circuit van Zolder? Daar werden we het hele weekeinde geplaagd door een haperende stuurbekrachtiging, waardoor we vanaf de allerlaatste plek moesten starten.   Ondanks die malheur – de tweede versnelling begaf het ook nog - klommen Peter Stox en ik op naar plek negen in het internationale veld, boven op de bumper van de Porsche van Jan Lammers en Phil Bastiaans en met rondetijden die maar een fractie langzamer waren dan Van der Ende in een zelfde BMW. Voorwaar niet slecht voor een stelletje amateurs! In elk geval beloofde het veel voor de Masters op Zandvoort.

Dan nu de overwinning op Zandvoort. Hadden sommige mensen de datum niet in hun agenda gezet? Jazeker. En wel te weten mijn teamgenoot en baas bij PS Autosport, Peter Stox, over het algemeen een man van de klok, zelfs als het een stopwatch is, maar kennelijk niet als het om een kalender gaat . In elk geval zat ik voor de belangrijkste race van het jaar zonder teamgenoot. Gelukkig bood topper Henry Zumbrink uitkomst. Hij verruilde zijn haperende Porsche graag voor mijn BMW M3 en zette de auto prompt voor de hoofdrace op de derde startplek. Ik heb nog nooit zoveel auto’s achter die van ons zien staan. Ja, op de trailer in de file naar huis. Henry liet ook even zien dat er aan de preparatie van de  M3 door de jongens van Power Motorsport niks mankeert. Tot aan de pitstops hield hij de kop in zicht en de vierde plek in handen. 

‘Ben je extra zenuwachtig Kamphues?’ vroeg iedereen die de situatie juist inschatte.

‘Helemaal niet’, loog ik dat ik barstte, ‘bij de televisie heb je ook druk.’ Ja, maar als je daar faalt vouw je voor de ogen van 50.000 toeschouwers geen auto van anderhalve ton op. En knippen ze het uit de uitzending. En daar hoef je bij RTLGP niet op te rekenen, natuurlijk.’ Daarbij wist ik dat Henry op nieuwe banden was gestart en ik het daar de rest van de race mee moest doen, terwijl de andere teams pas halverwege de nieuwe sloffen erop monteerde…

Meer gespannen dan ooit zette ik me achter het stuur…. En bakte er geen hout van. Simon Knap, Jeroen Bleekemolen en Jan Lammers stoven me in 1 ronde voorbij.

Ik vond de auto bijna onbestuurbaar en in mijn ijver het middenveld voor te blijven stapelde ik foutje op foutje: een keertje verschakelen hier, een keertje verremmen daar, met als gevolg dat de rondetijden met sprongen omhoog gingen. Henry had er alvoor gewaarschuwd. ‘De auto is heel lastig,’ zei hij toen ik instapte. Altijd fijn om te horen. Maar zo lastig dat ik drie seconden langzamer was dan de mannen achter me…. Dat was zelfs mij te gortig. Toen ik ook nog de grijze BMW van Pim van Riet en Robert den Otter in mijn spiegel snel groter zag worden – twee mannen met wie ik mij meen te moeten kunnen meten – werd het een kwestie van alles of niets. Immers: de derde plek in de Legend Cup stond op het spel. Maar zelfs met die instelling viel er uit de BMW niet veel snellere rondes te persen. Met kunst- en vliegwerk hield ik Den Otter in de laatste ronde achter me, maar de wedstrijd had geen ronde langer mogen duren.

Bij het podium stond het hele team te juichen, want de zevende plek bleek een vijfde te zijn omdat zowel Cor Euser als Jeroen Bleekemolen met een lekke band net voor het einde van de wedstrijd waren uitgevallen. Dat promoveerde mij ook naar de tweede plaats in de Legend Cup, achter mijn jeugdheld Jan Lammers.

Dus mocht ik naar een hele volle tribune zwaaien en een champagnefles leeggieten in de kragen van winnaars Ricardo van der Ende en Duncan Huisman. Dat is altijd leuk om te doen.

Maar hoe kreeg ik de overwinning dan in de schoot geworpen?

Na de technische keuring werd de auto van Jan en Phil technisch afgekeurd. Wat dat betekent weet ik niet, maar ik denk niet dat ik Jan met een reglementaire auto wel achter me had gehouden.

Alleen vernam ik dat pas thuis toen ik autosport.nl las. Dus staat er op het dressoir een beker waarop nummer twee staat. En zo voelt het ook. Dus heb ik Jan gezegd dat hij de beker voor plek 1 mag houden. Want op zo’n manier wil ik eigenlijk helemaal niet winnen. En al helemaal niet als ik ook nog eens niet tevreden ben over mijn eigen rijden.

Maar in mijn vriendenkring telt dat allemaal niet. Die roepen: ‘Rob, doe niet zo schijnheilig. Elke overwinning telt, maakt niet uit op welke manier, over een jaar weet niemand meer dat je reed als een natte krant. Tenzij je dat uitvoerig in je eigen column aan iedereen vertelt.’

Bij deze dus. Ik kan altijd nog naar een kroeg waar ze geen autosport.nl lezen en daar sterke verhalen ophangen. Maar ja, dan heb ik wel die beker nodig als bewijs. Dus Jan, neem je ‘m mee naar Assen? Dan geef ik die van mij aan Pim en Robert!