Groenland in 25 minuten

Geplaatst op 1 juli 2008

'Rob, leuk, dit wil je zeker. Je mag drie dagen overnachten in een wetenschapsbasis op Groenland.' Nu ben ik een jaar of wat geleden een keer op Spitsbergen geweest, en dat was de meest rampzalige vakantie uit mijn leven. Dagenlang liep ik met vijftien kilo op mijn rug door modder van nergenshuizen naar niemandsland. Een ijsbeer kwam ik niet tegen en het enige wild dat ik zag was een stel Duitse biologen die sinds de vorige IJstijd hun baard hadden laten staan en op handen en voeten liepen om de boompjes van wel drie centimeter (!!!) niet over t hoofd te zien. Heel leuk! Maar een echte poolkap en een ontmoeting met 1 van de laatste ontdekkingsreizigers van ons land, Bernice Nootenboom, ik liet me toch maar overhalen. Had ik t maar niet gedaan. Van de zes dagen die ik met cameraman Boudewijn Huisman op pad was, hebben we er...... 25 minuten op de Groenlandse ijskap gestaan. Vijfentwintig minuten!!! De rest heb ik in vliegtuigen gezeten die honderd meter boven de landingsbaan vanwege slecht weer besloten om te keren richting IJsland, alwaar bij opstijgen een aardbeving uitbrak. Verder heb ik anderhalve dag in in Kopenhagen rondgehangen, ruzieend met grondstewardessen die ons het liefst in een hotel stopten 260 kilometer buiten de stad, zodat we zegge en schrijve drie uur konden slapen om om 5 uur 's ochtends op het vliegveld te kunnen zijn voor een nieuwe poging Kopenhagen-Groenland, die uiteraard bij aankomst op de luchthaven wegens slecht weer een halve dag vertraagd was. En eindelijk, toen we dan eindelijk in noord-Groenland waren aanbeland, we eindelijk op de heliport stonden voor de laatste etappe richting poolkap, toen..... toen kwam het bericht dat de helikopterpiloten overwerkt waren en heel dringend uit moesten slapen. Je wilt niet weten wat ik toen allemaal gezegd heb. Hele onnozele dingen waar je je later enorm voor schaamt. 'Weet u wel dat wij van de Nederlandse televisie zijn?'(Dat doe ik anders echt nooit). 'Weet u hoeveel geld ons deze trip kost?' (Dat wisten ze heel precies en het zou nog veel meer worden) 'En weet u hoe slecht ik over Groenland ga schrijven als ik terug ben?" (Nou, daar konden ze zich een voorstelling van maken, want dat lazen ze dagelijks al) Ik kan je vertellen: het interesseert de Groenlanders geen ene moer. Ze laten ook hun sledehonden zonder eten afsterven, want het is goedkoper om in de zomer weer nieuwe te fokken dan ze in leven te houden. Ze zijn zelfs te beroerd om ze een kogel door de kop te jagen. Dus ik had beter moeten weten; een setje opgefokte televisiemakers uit Nederland; daar wordt geen Groenlander warm of koud van. Ja koud wel. Heel koud. Na drie uur zo te mopperen kregen we voor anderhalf uur een oververmoeide piloot mee op een tijdstip dat Bernice Nootenboom ons totaal niet verwachtte. Die zag het chagrijnige gezicht van de piloot en zette zo mogelijk zelf een nog chagrijniger gezicht op en dook zonder goeiendag, dank je wel, of hoe is 't, in haar tent om haar boeltje te pakken. En hoe we allebei daarna ook ons best deden, in de tijd die ons terug in het 'beschaafde' deel van Groenland restte, kwamen we amper tot een goed gesprek. En als het gesprek dreigde de goede kant op te gaan schee de camera ermee uit of was het batterijtje van de microfoon op. Ik denk dat een ijslandschap ook iets van binnen met mensen en apparatuur doet. Bernice heeft een prachtig verhaal te vertellen. Een glimp ervan zit zeker in de aflevering van de Reunie waar zij in figureert, maar het had nog zoveel mooier kunnen zijn, als.... als Groenland Groenland niet was geweest. Wat ons rest is een bundel geweldige herinneringen aan het mooiste hotelkameruitzicht uit mijn leven (namelijk op de ijsrotsen die van de grootste gletsjer ter wereld zijn afgedonderd er voor je raampje langsdobberen), het ontzagwekkende gekraak als een ijsberg in tweeen splijt en, het kost me moeite om te zeggen.... een hele mooie map van zeehondenbont om m'n reisverslagen in te bewaren. Maar die heb ik enkel en alleen gekocht op een moment dat alles in mij ook al verkleumd van de kou was. En ik heel ballorig en recalcitrant was. En het is het bont van een volwassen zeehond, waar ook elk stukje vlees nut heeft gehad. En wij dragen toch ook leren schoenen enzo. En ik bewaar hem omdat hij gewoon heel mooi is. En omdat ik het nog zieliger voor het zeehondje vind als ik 'm nu alsnog weggooi. Sorry Lenie 't hart. Je mag me royeren.