Orang oetangs

Geplaatst op 15 april 2011

Heel af en toe mag ik voor KRO De Reunie naar een oord waar ik ook prive al jaren naar toe wil. Al jaren lees ik populair wetenschappelijke boeken over bedreigde diersoorten en de ontwrichting van het ecologisch systeem. Een aanrader: 'Last chance to see' van de comedyschrijver Douglas Adams, waarin hij op zoek gaat naar bijna verdwenen dieren en er nog een paar vindt ook. Hilarisch geschreven en tegelijk ijzingwekkend in zijn droefheid. In China bezoekt hij bijvoorbeeld een dorp dat de zeldzame zoetwaterdolfijn beschermt en bij het feestmaal wordt een schaal geserveerd met daarop een babydolfijn. Maar goed, de Reunie. Ik sprong dus een gat in de lucht toen Ineke, de producer, vroeg of ik Willie Smits wilde bezoeken. WIllie is wereldberoemd. Misschien ken je documentaire op discovery wel waar Julia Roberts bijna wordt doodgeknuffeld door een reuze orang oetang. Ik weet nog dat ik dacht: 'zo'n orang oetnag boft toch maar.' Van diverse mensen die bij het maken van de documentaire betrokken waren heb ik trouwens gehoord dat Julia niet is wat ze in beeld lijkt. Op de film zie je haar ogen vochtig worden van ontroering, maar zodra de camera stopte waren haar eerste woorden 'Haal da tbeest van me af' , direct gevolgd door 'zit mn makeup nog goed.' Die Julia toch. Van diverse kanten ben ik ook 'gewaarschuwd' voor Willie. Hij zou autistisch zijn, lastig te benaderen en nog moeilijker te interviewen. Misschien komt het omdat ik vroeg in onze ontmoeting taktisch een paar titels laat vallen van wetenschappelijke boeken die ik over het onderwerp gelezen heb (Het Lied van de Dodo van David Quammen doet het in dit soort kringen heel aardig kan ik je aanbevelen) , maar ik hoop gewoon dat het een wederzijdse klik was van twee mensen die verzot zijn op dieren. In elk geval was Willie niet alleen zeer goed te interviewen, welbespraakt en warmhartig, hij was ook buiten de opnames nog eens aangenaam gezelschap. Merkwaardige gewoontes heeft hij wel. Zo staat hij om vijf uur 's ochtends op en verwachtte hij van ons dat we om zeven uur voor een uitje zonder camera met hem een vulkaan beklommen. Wat we natuurlijk met plezier deden, maar waar we de rest van de dag wel van geradbaakt waren en toen moesten de opnames nog beginnen. Willie heeft ook de gewoonte om zijn verhalen te doorspekken met feiten die mij als leek totaal ontgaan. (Nou ja, eigens chul misschien, had ik maar niet moeten pochen met al die boektitels). Dat is hij misschien wel een beetje: een verstrooide professor die zo opgaat in zijn werk dat hij het gewone leven een beetje over het hoofd ziet. Vijftien centra voor de opvang van dieren heeft hij in Indonesie opgericht. De meeste zijn in overheidshanden overgegaan en renderen niet meet zoals vroeger. In de centra die hij nog wel beheerd zitten er duizend orang oetangs te wachten op een retourtje natuur. Maar Willie heeft nauwelijks geld om dat op project te onderhouden. Dat verdient veel meer steun dan hij nu krijgt. En dan is er ook nog de palmsuikerfabriek waarmee hij de wereld wil redden, Maar daar heb ik het een andere keer wel over. Als ik terugkom van een volgend reisje. En dan neem ik mijn kinderen zeker mee. Want die moeten ook een keer op hun kop gezeken worden door een orang oetang, zoals mij overkwam toen er eentje vond dat Willie en ik te lang zaten te praten en te weinig aandacht aan hem besteedde. Zucht, ik wil vandaag nog terug. Als ik alleen al naar de foto kijk die ik door de tralies maakte van een Orang Oetang, schandalig ik ben zijn naam kwijt - die me indringend in de ogen kijkt alsof ie wil zeggen: 'En waarom zit jij nou achter tralies en kom je niet lekker met me spelen'? Dat doen we volgende keer dan maar.