Srebrenica

Geplaatst op 25 april 2011

Ik ben voor KRO De Reunie op een hoop plekken in de wereld geweest waar oorlog gewoed heeft, maar niet een is zo misseljkmakend als Srebrenica. Rwanda, Sierra Leone, zelfs in de Gazastrook tijdens Israelische bombardementen wordt nog her en der gelachen. Maar in Srebrenica waren we, zo leek het, de enigen. Misschien was het mijn verbeelding, maar zelfs de kinderen speelden stiller dan ik gewend ben. Ik ben twee keer in Srebrenica geweest en alle twee de keren moest ik behoorlijk afkicken. Zoveel huizen met kogelgaten, zoveel jongetjes in paramilitaire kleding, ik vind het elke keer lastig. Dan rij ik op de ringweg van Amsterdam en zie een kantorenflat in aanbouw en denk dat de bovenste verdieping, net als in Srebrenica, aan flarden geschoten is. Vijf jaar geleden zag ik in mijn kledingkast ineens een broek met legerprint liggen. Ik heb hem gelijk weggeflikkerd. Het ontluisterende aan de oorlog in Bosnie is de gruwelijkheid waarmee het gepaard ging. Alsof het laatste restje beschaving oploste als oude verf in afbijt. Achter de schermen horen we natuurlijk verhalen die zo gruwelijk zijn dat je ze beter niet kunt vertellen. Ik aarzel altijd om die door te vertellen. Aan de ene kant wil je dat anderen weten wat je hebt meegemaakt en wat daar gebeurd is, aan de andere kant ondermijnen ze zo mijn vertrouwen in de goedheid van de mens dat ik het anderen niet wil aandoen. Een voorbeeld. Ik bedoel 1. Niet meer. Als je het niet wilt weten zap je nu maar weg. Het mag, Ik neem het je niet kwalijk. Een miiitair vertelde mel hoe ze voortdurend achtervolgd werden door kinderen. "We deelden snoep uit, dat hadden we natuurlijk nooit moeten doen. Daardoor kwamen we niet meer van ze af. Maar als er op ons geschoten werd,w aren zij ook meteen doelwit. Als we een mijnenveld inliepen, liepen zij achter ons aan. Met alle gevaren vandien. Wij weten waar we moeten lopen, zij niet. Maar ja, hoe krijg je ze weg? Voor hun eigen bestwil. Niks hielp. Ze waren zo eigenwijs. Ik heb er op een gegeven moment eentje zo'n schop onder z'n hol gegeven dat hij waarschijnlijk nu nog niet kan zitten.' De soldaat in kwestie vertelt ook dat een collega zelfs een keer een wapen op het hoofd van een jongetje zette om hem weg te krijgen. 'Hardstikke verkeerd natuurlijk, maar niks anders hielp meer.' Hij en zijn collega zitten er nog steeds mee dat ze zover gingen. Waar houdt bestwil op, vragen ze zich af? Ik heb er geen oordeel over. Eerlijk niet. Dat is het wrange van Srebrenica. Hoe meer verhalen je hoort, des te moeilijker het wordt om een mening te vormen. Misschien maar goed ook. Het enige beeld dat overblijft is een veld vol slachtoffers. De moslims, maar ook de Serven die verder moeten leven met hun gruweldaden. En de Nederlandse blauwhelmen die soms dingen deden waar ze zich nu voor schamen, maar nog veel meer gruwelijkheden zagen ,die je elk mens zou willen besparen. Ik heb er al last van alleen maar om ze te horen, laat staan als je ze in levende lijve hebt aanschouwd. Op een leeftijd waarvan ik nu zeg: dat waren kinderen. Daar wordt je soms even heel moedeloos van. Gelukkig schijnt buiten de zon en roept een jongetje : 'papa, kom je nou voetballen?! Stop toch eens met die computer!'