STERKE VERHALEN IS GELAND

Geplaatst op 18 januari 2012

Glad vergeten hoeveel werk het maken van een theaterprogramma ook alweer is.  Tsjonge jonge wat viel dat tegen zeg. Als ik heel eerlijk ben, dacht ik: ik heb een paar mooie boeken geschreven, ik heb daar regelmatig uit voorgelezen, mensen riepen 'ga dat eens in het theater doen' - kom, dacht ik, dat moet lukken.

Natuurlijk liep het anders.

Het begon ermee dat Titus Tiel Groenesteege, met wie ik ooit al twee solovoortellingen maakte in een ver verleden, zei: 'Mooi boek Rob, maar in een theaterzaal ben ik alleen geinteresseerd in de hoofdstukken waar je echt met je rug tegen de muur staat.'

Weg helft van het materiaal waar ik dacht op te kunnen leunen. Weg vooral alle leuke anekdotes die het altijd zo goed doen op verjaardagsfeestjes en op voorleesbeurten in het land.  

Toen kwam Jeroen Kriek om de boel af te maken, achter elkaar te zetten en in te studeren. Ik speelde een stukje voor. Zijn eerste commentaar: 'Ja, Rob, mooi programma, maar een beetje je eigen leven naspelen op het toneel, daar hou ik niet van. Vertel het nou maar gewoon, dat is boeiend genoeg, maar ga niet lopen acteren.'

Au, oei en oef. 'Waarom deed ik dit ook alweer? Omdat in mijn herinnering het maakproces in het theater de leukste maanden van mijn leven waren?' Hoe heb ik dat ooit kunnen denken!

Het liefst had ik Jeroen direct mijn huis uitgetrapt, maar diep in mijn hart wist ik dat hij gelijk had. Dus gingen we vanaf half december samen op zoek naar een verteltoon die dicht bij me ligt maar toch theatraal genoeg is.

'Rob, wees eens jezelf op het toneel.'

'Ja, Jeroen, dat probeer ik in het dagelijkse leven ook al jaren tevergeefs.'

Na anderhalve maand ploeteren in mijn huiskamer zei hij: 'Ok, als je dit ook op het toneel doet, vreet ik.'

Peace of cake dacht hij, maar in dit geval wist ik beter. Want ik wist welk podiumdier zich tijdens al die jaren op tv  in mij schuilhield. Ik heb immers niet voor niks vijf seizoen Kopspijkers gedaan. (Voor diegenen die dat niet weten: yep, Kopspijkers eerste lichting, halverwege de jaren negentig, Erik van Muis, Diederik van Vleuten ik en Jack Spijkerman zelf natuurlijk) (En voor diegenen die niet meer weten wat Kopspijkers was:...laat maar.)

 Zodra ik de lege stoelen van het Koningstheater in Den Bosch voor me zag voor de eerste repetitie, veranderde er iets in mij.  Ging ik een heel publiek toespreken dat er niet zat, in plaats van het persoonlijk te maken.

'Rob, doe als Toon Hermans. Die maakte van Carre nog zijn huiskamer.'

'Ja godsamme Jeroen, waarom denk je dat Hermans zo beroemd is geworden. Omdat alleen hij dat kon.'

Maar dat is niet waar natuurlijk. Herman van Veen kan het ook. En Marc-Marie Huijbrechts om er maar een uit de nieuwe generatie te noemen. Brigitte en Finkers trouwens ook. Bram Vermeulen maakte van elke zaal ook een huiskamer, zo dichtbij kwam hij. Theo Nijland doet het  trouwens ook, verdomd nu ik er over nadenk doen eigenlijk alle cabaretiers het waar ik bewondering voor heb.

Dus stelde ik me maar voor dat er enkel familieleden en bekenden in de zaal zitten die het goed met me voor hebben en de helft van de verhalen toch al kennen. Dat helpt. In elk geval voorlopig en voldoende.

Toen kwam nog de klus om een volgorde uit alle hoofdstukken van mijn stumperige leventje achter elkaar te zetten.

Want daar gaat "Sterke Verhalen' over. Over de vier of vijf, vooruit zes crississen die ik in mijn leven meemaakte en waarin ik voorlopig nog wel even zit. Nee, niet die ene waarover recent in de roddelbladen was te lezen, dat leek de juristen niet verstandig,maar dan nog blijft er genoeg ellende over voor een avond leedvermaak.

Want dat is het uigangspunt van de voorstelling. Dat het leuk is om te horen hoe iemand anders een nog grotere puinhoop van zijn leven heeft gemaakt dan het jij zelf. En daar smakelijk over vertelt natuurlijk. En er op de een of andere manier toch niet aan onderdoor gaat. (Voorlopig en net niet.)

Dit alles in de hoop dat het publiek in de zaal elkaar aanstoot en fluistert: 'Nou dan hebben wij het nog niet zo slecht gedaan,schat. Zullen we voort de verandering vannacht maar weer eens neuken vanavond?' (En die opmerking zit niet in de voorstelling want te cabaretesk)

 

24 uur voor de eerste try out waren Jeroen en ik het pas eens. Of beter gezegd: we waren het voortdurend eens, de hele repetitieweek lang, namelijk dat we de goeie volgorde nog steeds niet gevonden hadden.

24 uur voor de eerste avond voegde Jeroen nog even drie hoofdstukken uit het boek toe en vielen dingen op hun plek. 'Dit is wat we te vertellen hebben. Doe het zo maar.'

Witte rook kringelde uit de schoorsteen.

Ineens mochten er ook weer een paar anekdotes in die eerder het uitzicht op de grote lijn vertroebelden.

'Nee Rob, het is een prachtig verhaal hoe jij ging internetdaten, maar nu niet.'

'Ik doe het er toch in.'

'Vooruit, je hebt gelijk, het is te leuk. Als je maar wel de nadruk legt op de ellendige stukken erin.'

'Doe ik.'

Maar 24 uur voor aanvang de boel rigoreus omgooien is ook krap dag. Gewaagd, to say the least. Met het zweet in mijn handen stond ik in de coulissen nog teksten te repeteren, terwijl ik in de zaal het opgewonden geroezemoes van een verwachtingsvol publiek hoorde.

Gelukkig versprak ik me weinig en hadden de meeste mensen niet eens door dat het de eerste avond was. Gelukkig ook had lichtontwerper Andre Goos op het laatste moment een decor bedacht van uitvergrootte behangstroken met een jaren vijftig motief en vonden Jeroen en ik bij 'Neef Louis' ( een geweldige winkel in retro meubels in amsterdam-noord) een huisraad die mij en de bezoekers terugbrengt in de sfeer van de jaren zestig, toen ik nog jong en onbedorven was en het leven aan mijn voeten leek te liggen.

Gelukkig ook was het publiek op de eerste avond welwillend en zag het mijn soms nog onwennige gepingel op de piano met liefde door de vingers ( of niet, ik heb er na afloop in elk geval niemand over horen klagen. Maar dat kan ook zijn omdat de liedteksten en de muziek die ik samen met Theo Nijland maakte zo mooi zijn dat ze zelfs overeind blijven als IK ze ten gehore breng)

(Als jullie maar niet denken dat ik niet hard genoeg geoefend heb, want ik zit sinds afgelopen zomer twee uur per dag achter de piano en als meneer Nijland de bladmuziek eerder had opgestuurd en niet zulke ingewikkelde akkoordenschema's had verzonnen en niet had geeist dat ik het in een ingewikkelde vingerbezetting zou spelen, nou ja, je snapt het wel).

Gelukkig en heel belangrijk ging iedereen mee in het verhaal van de voorstelling. Het verhaal van een jongetje dat na een lang ziekenhuisverblijf op driejarige leeftijd een trapskelter krijgt en besluit om later formule-1-coureur te worden.

En die droom weer oppakt als hij groot en gescheiden is en in een caravan zonder licht en water zit in de enige winter dat het in Nederland weer lekker vriest. Die ter plekke besluit om voor zijn vijftigste beroepscoureur te worden en nog 1 keer op zoek gaat naar de ware liefde. 

Hoe dat verhaal afloopt kun je komende maanden zien in allerlei theaters in het land. Zie de speellijst op mijn site.