TERUG IN HET THEATER

Geplaatst op 19 september 2012

Heerlijk om dat te kunnen zeggen: ik ben weer terug in het theater! Deze week begint het tweede deel van mijn eerste toernee in meer dan zes jaar en eerste solotoernee in misschien wel tien jaar. 'Sterke Verhalen' heet het.  Er zullen best wat lezers zijn die nu de wenkbrauwen optrekken en zeggen: 'Kamphues en theater? Daarom even een kleine geschiedschrijving over mezelf, onder het motto: als je het niet zelf doet, doet niemand het.

Op de middelbare school kende ik alles van Neerlands Hoop ( Freek de Jonge en Bram Vermeulen voor wie zijn klassiekers niet kent) uit mijn hoofd en ik was groot fan van cabaret Ivo de Wijs ( zegt ook alleen de echte die hards en fans van het radioprogramma Vroege Vogels waarschijnlijk nog iets) en Don Quishocking. Ik wilde in die tijd niks lievers worden dan cabaretier. Ik zat in het schoolcabaret en na afloop van een optreden zei een moeder van een klasgenootje: 'Als jouw studie mislukt kan je altijd nog cabaretier worden.'  Dus ging ik niet studeren maar huurde na mijn eindexamen theater Pepijn in Den Haag af om mijn eerste voorstelling te spelen. Het zat vol vrienden en bekenden. Dat groepje heette overigens cabaret Niets, achteraf niet zo'n heel handige naam natuurlijk. Omdat alle vrienden en bekenden niet heel kritisch waren deden we in 1984 mee aan Cameretten in Rotterdam. Na de eerste ronde lagen we er al uit  en kwam de jury ons persoonlijk vertellen dat het nog minder dan 'niets' was en dat we vooral op moesten houden want dat cabaret 'Niets' nooit 'Iets' zou worden.

Dus veranderden we de naam van het groepje en schreven we ons in voor het Leids Cabaretfestival. De helft van jury bestond uit dezelfde mensen, maar zowaar vielen we  in de prijzen en mochten we het land in voor een echte toernee. Samen met Hans Riemens en Hans Paulides trok ik vijftien jaar lang als de Morsige Types langs alles wat zich een podium durfde te noemen.  Aanvankelijk- nou zeg maar de gerust de eerste vijf jaar - voor tien man en een paardenkop,  maar uiteindelijk best volle zalen. Vaak waardeloze recensies maar avond aan avond lachende mensen in de zaal. En daar werd ik heel gelukkig van.

Ergens op internet vindt je nog wel wat opnames uit die tijd. Kijk maar op http://www.youtube.com/watch?v=JdFfS0_XBfQ  en op http://www.zie.nl/video/opmerkelijk/Muiswinkel-en-Kamphues-blokfluit-act/m1cz70jfq8s9

Toen Hans en Hans besloten iets anders te gaan doen, besloot mijn manager Harry Kies dat ik solo ging.  Ik maakte onder regie van Titus Tiel groenesteege drie solovoorstellingen die meer verhalend dan cabaretesk waren: 'Pikkie Noga's', '1Kale Vlakte' en 'de Hernia van Atlas.'  Daar ontdekte ik dat ik eigenlijk meer verteller ben dan een echte cabaretier. Geengageerd, romantisch en meer humoristisch dan mikkend op de gulle lach. De mensen vonden dat mooie aangrijpende programma's. Ik deed het vijf jaar en daarna vond ik het zo eenzaam in mijn eentje in de auto, op het toneel en weer terug dat ik besloot een nieuw gezelschap op te richten. Maar een wijze les: grijp nooit terug op iets wat is geweest. De twee programma's die ik in de nieuwe samenstelling maakte werden niet wat ik ervan verwachtte. Dus toen De Reunie een doorslaand succes op tv werd besloot ik dat ik mijn roeping had gevonden: iets van een presentator die niet altijd het hoogste woord hoeft te hebben maar af en toe aardig uit de hoek kan komen. Of zoiets.

Tot ik een paar boeken schreef. 'Naar de haaien' en 'Inhaalrace, allebei bij de Bezige Bij. Het een ging over alles wat er achter de schermen bij tv en op reis misgaat en over de dood van mijn vader, het ander over de tijd dat ik met mijn kinderen in een caravan woonde omdat ik in echtscheiding lag. Regelmatig werd ik gevraagd stukjes voor te lezen en tot mijn verbazing moesten mensen onbedaarlijk lachen over die stukken die ik zelf eigenlijk vooral heel triest vond. Dus duurde het niet lang en iemand zei: 'Als je tv-carriere mislukt kun je altijd nog cabaretier worden.' 

En zo geschiedde het. Samen met Titus Tiel Groenesteege selecteerde ik de meest theatrale hoofdstukken uit mijn boeken en regisseur Jeroen Kriek smeedde er een voorstelling van. 'Sterke Verhalen'  is eigenlijk gewoon mijn verhaal. Over hoe ik na mijn scheiding in die gammele klotecaravan van goede vriend Marc Braun belandde ( zie de poster) en hoe ik om me met mijn eigen haren uit het moeras te trekken besloot om alsnog formule-1-coureur te worden. Hoe ik probeerde ondanks alles een goede vader voor Bo en Mees te zijn en hoe ik opfleurde van hun onverzettelijk optimisme.De voorstelling is soms confronterend, soms ontroerend en soms zit je hoofdschuddend te kijken en denk je: hoe kan een volwassen man in zoveel sloten tegelijk lopen.' Maar dat is precies het leuke ervan. Want iedereen zit weleens in een crisis, heeft er net eentje achter de rug of vermoedt dat de volgende 'm alweer dik boven het hoofd hangt. En dat met z'n allen te delen is heerlijk om te doen. Zelfs als dat, net als twintig jaar terug, af en toe weer voor tien man en een paardenkop is.