ZIE JE DE GEZICHTEN NOG WELEENS VOOR JE?

Geplaatst op 28 september 2011

We hebben een felle discussie in de auto onderweg naar Kamp Westerbork: regisseur Edwin Vermeulen, ik, de camera- en geluidsmannen, iedereen bemoeit zich met het onderwerp dat we vandaag draaien voor KRO De Reunie. Onderwerp van de meningsverschillen is de aflevering waarin de tweede generatie Molukkers centraal staat. Hun ouders werden begin jaren vijftig opgevangen in kamp Westerbork, voor de gelegenheid omgedoopt tot Schattenberg: een veelbelovender naam, maar de barakken waren nog even koud en vochtig als in de Tweede Wereldoorlog. Menig kind overleed tijdens de eerste winters in Nederland.

Abe Sahetapy is een van de jongeren die opgroeide op Schattenberg en met hem bezoeken we het voormalige doorvoerkamp. Abe is ook een van de Molukse jongeren die jaren later een trein kapen in Drente. Voor dat vergrijp heeft hij veertien jaar gevangen gezeten. Precies daarover gaat de discussie in de Chrysler Voyager van United op weg naar Westerbork. 

Iemand in de ploeg vindt dat zo'n onderwerp niet in De Reunie thuishoort. 'Omdat we altijd sympathie tonen voor onze gasten,' is het argument. Het klopt niet helemaal, want het is weleens voorgekomen dat ik openlijk kritiek heb op een van de klasgenoten, vooral als het op pesten aankomt, maar ik snap wat hij bedoelt. Door van Abe het hoofdonderwerp te maken zouden we weleens de suggestie kunnen wekken dat we partij kiezen in de jarenlange strijd die de Molukkers met de Nederlandse overheid voeren. Nou ja, wie een beetje een hart in zijn donder heeft kan moeilijk geen sympathie voor de Molukse zaak hebben, maar begrip tonen voor een treinkaper die medeplichtig was aan de dood van drie onschuldige mensen, is natuurlijk een heel ander verhaal.

'Het kan als hij spijt betuigt,' zegt iemand anders. Ik heb van de redactie al vernomen dat dat er bij Abe niet zo inzit. Abe wil eigenlijk alleen over zijn jeugd in Schattenberg praten en zo min mogelijk over de kaping. Laat staan dat hij zit te wachten om met mij naar oude beelden te kijken waarop hij door de politie wordt afgevoerd. Aan de andere kant heeft Abe na zijn gevangenis een totaal nieuw leven opgebouwd dat ook de moeite waard is om te vertellen. Hij is gaan studeren en werkt voor de overheid in Limburg bij de opvang van daklozen en drugsverslaafden. En hij is ook nog eens een lieve opa, schijnt. 'Ik heb helemaal geen zin om aleen dat verhaal te vertellen,' mopper ik.

Regisseur Edwin hakt de knoop door. 'We kunnen niet anders dan eerlijk en open erin gaan, zoals we altijd doen. Als hij er niet over wil praten, prima, maar dan moet hij dat voor de camera zeggen. Als hij geen beelden wil zien, idem dito. Dus Rob jij moet gewoon alles vragen wat je wil weten.' En bedankt Edwin. Echt een fijn vooruitzicht: een hoofd vol vragen waarop ik waarschijnlijk niet alleen geen antwoord krijg, maar waarna het contact met onze gast ook definitief verstoord is. 'Dus ik mag het hem moeilijk maken?' concludeer ik. 'Ja,' maar geef hem wel een eerlijke kans,' beslist Edwin.

Ik beloof het, maar constateer dat diep in mij een stemmetje roept 'wat een onsympathieke man om er niet over te willen praten.' Snel onderdruk ik dat vooroordeel, maar ik vrees dat de dag toch flink lastig gaat worden.

Als ik op Schattenberg Abe voor het eerst de hand schud smelten mijn vooroordelen als sneeuw voor de zon. Abe is goedlachs, warmhartig en vooral ook heel openhartig. In niets doet hij denken aan een van de jongeren waar ik in mijn eigen jeugd ook bang voor was.

Ik vertel hem dat mijn lagere school in Wassenaar gevestigd was naast de Indonesische ambassade die destijds ook bezet werd door Molukkers en dat ik 's nachts geen oog dicht deed uit angst dat ze onze school zouden overvallen. Abe knikt gelaten ten teken dat hij het zich voor kan stellen.

Ik vraag hem op de man af wat hij voelde toen hij voor het eerst een pistool in zijn handen kreeg. Voelde hij macht, voelde hij zich stoer? Abe moet heel hard lachen. 'Ik was doodsbang voor het ding. We dachten toen ook niet dat we het ooit zouden gebruiken.'

Ik vraag of hij over de kaping zelf wil praten. 'Liever niet.' Ik weet ook dat nooit is opgehelderd wie de dodelijke schoten heeft gelost. 'We hebben met de nabestaanden afgesproken dat we daar niet over praten uit pieteit voor de doden,' zegt hij. Ik probeer het met een omweg. 'Zie je de gezichten van de mensen die zijn geexecuteerd nog weleens voor je?' Abe knikt. "Soms wel.' 

Uiteindelijk stemt hij toe om samen de beelden van de kaping te bekijken. Tranen schieten in zijn ogen als hij naar zichzelf kijkt die door de politie wordt afgevoerd. Ik vraag waarom? Het blijft lang stil. Dan komt er een verrassend antwoord. Vrij vertaald zei hij ongeveer dit:  'Wij dachten nooit dat het zo zou aflopen. We dachten dat we of naar de vrije Molukken zouden gaan of dood zouden zijn. Ik had nooit verwacht dat ik het zou overleven als het mis zou lopen.'

Het blijft weer lang stil. Ik snap het nog steeds niet. 'Had je dan liever gehad dat de politie of het leger je had doodgeschoten?' Hij knikt. 'Nu nog steeds? Terwijl je lieve kleinkinderen hebt en een mooie carriere?' Hij knikt weer. "Het was niet eerlijk dat wij mochten blijven leven.'

Het woord spijt valt niet 1 keer en ik heb ook geen behoefte meer om er naar te vragen.